Congressprekers
Eline van Beest
Abstract
Positietherapie bestaat al decennia lang. Hoe wordt positietherapie in klinisch onderzoek beoordeeld? Wat zijn tot nu toe de problemen geweest? Kunnen deze opgelost worden? Nieuw onderzoek naar nieuwe middelen geven een indicatie. De actieve slaaphouding sensor van NightBalance is een nieuwe behandelmethode bij positieafhankelijke slaapapneu, uitgevonden door wetenschappers van de Technische Universiteit Delft. De Slaap Positie Trainer (SPT) van NightBalance is een licht, klein apparaatje dat met een ergonomische band comfortabel om de middel gedragen wordt. Het voorkomt effectief en comfortabel nachtelijke apneuaanvallen, en helpt zo apneupatiënten (en hun partners) van hun slaaptekort en bijkomende klachten af.
CV
Eline van Beest begon in 2007 aan de faculteit Industrieel Ontwerpen van de Technische Universiteit met een onderzoek en ontwikkeltraject naar een medical device dat positieafhankelijke problemen kon verhelpen. Het ontwerp werd beloond met verschillende nationale prijzen, waaronder de Philips Innovation Award. Hierna is NightBalance opgericht en is in het Medisch Spectrum Twente en het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis klinisch onderzoek gedaan naar de effectiviteit ervan voor positieafhankelijke apneupatiënten. Buiten haar technische Master opleiding aan de TU Delft heeft ze ook een minor Technische Bestuurskunde behaald en rond zij haar post graduate Master in Business Innovation af aan de Tias Nimbas Business School.
Olivier Vanderveken
AbstractHet doel van de studie is de meerwaarde na te gaan van het gebruik van een individueel aangemaakte simulatiebeet in de maximaal comfortabele positie (MCP) voor gebruik tijdens slaapendoscopie.
Bovenste luchtwegcollaps patronen worden tijdens de slaapendoscopie beoordeeld zowel zonder als met de simulatiebeet, alsook tijdens een zogenaamd chin-lift maneuver.
De resultaten van het toepassen van dit protocol bij 206 patiënten met slaapgerelateerde ademhalingsstoornissen zullen worden toegelicht. Hiervan werd bij 141 patiënten gestart met MRA therapie. De correlatie tussen de bovenste luchtweg response op het intra-oraal aanbrengen van de simulatiebeet in MCP tijdens slaapendoscopie en het succes van de MRA behandeling tijdens controle polysomnografie werd geanalyseerd.
CV
Dr Olivier M. Vanderveken werd arts in 2001 en specialist in de Neus, Keel, Oor, Hoofd- en Halsheelkunde in 2008. In 2007 werd hij doctor in de Medische Wetenschappen (PhD) op het proefschrift 'Slaapgerelateerde ademhalingsstoornissen: een multidisciplinaire bijdrage tot diagnose en behandeling'. Naast zijn specifieke interesses in de Otorhinolaryngologie en de Hoofd-Halsheelkunde, heeft hij tevens uitgebreide ervaring op het vlak van de diagnose en behandeling van snurken en obstructief slaap apnea. Tal van internationale publicaties en voordrachten zowel op nationale als internationale symposia zijn hiervan getuige. Momenteel is hij onder meer 'scientific advisor' voor de 'European Academy of Dental Sleep Medicine' en lid van de editorial board van ‘Sleep and Breathing’.
Dokter Vanderveken heeft zijn hoofdactiviteit in het Universitair Ziekenhuis Antwerpen (UZA) en is verbonden aan de Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen van de Universiteit Antwerpen (UA) als gastlector geneeskunde en als docent in het medisch-technisch vaardigheden onderwijs ('Skills Lab').
Carla Stefelmann
Anesthesiologische aspecten bij het obstructieveslaapapneusyndroom (OSAS)Meerdere studies tonen aan dat patiënten met OSAS een verhoogde kans op perioperatieve complicaties hebben. Het is daarom van belang om extra maatregelen te treffen. Tevens is het noodzakelijk om tijdens de preoperatieve screening de nog niet bekende OSAS patiënt op te sporen. De ernst van de OSAS zal uiteindelijk samen met de overige comorbiditeit en de aard van de chirurgische ingreep het perioperatief anesthesiologisch beleid bepalen.
CV
Opleiding anesthesiologie
UZA Antwerpen en UMC St Radboud Nijmegen
Werkzaamheden als anesthesioloog
Daniël Den Hoed Kliniek, Rotterdam
Maxima Medisch Centrum, Veldhoven
Ama Johal
‘Predictors of mandibular advancement appliance success: do they exist?’Mandibular advancement appliances are increasingly being recognized for their importance in the management of obstructive sleep apnoea-hypopnoea syndrome. The prospect of being able to predict their success in such patients only serves to increase their role and serve as an alternative therapy for those affected. This presentation will briefly overview the role of mandibular advancement appliances in keeping the airway patent and provide an overview of our current understanding of the role and value of predictors for their success. Evaluating the evidence to-date.
CV
Ama Johal is a Senior Clinical Lecturer /Hon. Consultant Orthodontist at Bart's and The London School of Medicine and Dentistry, Queen Mary University of London. He is both Academic and Clinical lead for Orthodontics, within the Institute of Dentistry. Both his research and clinical work has been rewarded with numerous National and International prizes and grants. His research interests include the impact of quality of life in orthodontics and the management of patients with sleep-related breathing disorders, in which he has published widely. His specialist interests include multidisciplinary care of patients with orthodontic-restorative needs and he is a member of The Angle Society of Europe.
Aarnoud Hoekema
MRA therapie: year in reviewHet aantal publicaties wat jaarlijks in de literatuur verschijnt over MRA-therapie is talrijk. Om een beter overzicht te krijgen van de belangrijkste publicaties op dit gebied, zullen Aarnoud Hoekema en Michiel Doff de meest in het oog springende wetenschappelijke publicaties bespreken.
CV
Aarnoud Hoekema is werkzaam als kaakchirurg in het Tjongerschans ziekenhuis te Heerenveen. Daarnaast heeft hij een wetenschappelijk aanstelling aan de afdeling kaakchirurgie van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Hier richt hij zich vooral op het opzetten en begeleiden van wetenschappelijk onderzoek naar de tandheelkundige en kaakchirurgische behandelingmogelijkheden van het slaapapneusyndroom. In 2007 is hij gepromoveerd op zijn proefschrift getiteld “Oral-Appliance Therapy in Obstructive Sleep Apnea-Hypopnea Syndrome: a Clinical Study on Therapeutic Outcomes”. Op dit moment is Aarnoud Hoekema eveneens actief als voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Tandheelkundige Slaapgeneeskunde (NVTS).
Marijke Gordijn
Waarom stap je met het “verkeerde been uit bed”; Chronobiologie van de slaapWaarom slaapt de één later dan de ander en waarom stapt de één fris en uitgerust vroeg met het goede been uit bed, terwijl het bij de ander wel even duurt voordat ie op gang is? Ons leven wordt gedomineerd door tijd; de tijd van de dag, veroorzaakt door de rotatie van de aarde, de tijd op ons horloge, en de tijd van onze biologische klok. De ongeveer 20 000 cellen van de biologische klok in onze hersenen dicteren de dagelijkse ritmes in ons lichaam. Zij bepalen wanneer het voor ons de optimale tijd is om te slapen. Als onze klokken niet met elkaar in de pas lopen onstaan er problemen, met slapen of met fris opstaan of met vele andere aspecten van ons dagelijks welzijn en gezondheid. Inzicht in de chronobiologie is belangrijk voor het begrip van deze processen en misschien stapt u dan iets minder vaak met het verkeerde been uit bed!
CV
Marijke Gordijn studeerde Biologie bij de Rijksuniversiteit Groningen en werkte van 1988 tot 1999 bij de afdeling Psychiatrie van het Universitair Medisch Centrum in Groningen. Zij promoveerde bij de medische wetenschappen op een onderzoek naar de relatie tussen slaap, de biologische klok en stemming. Momenteel onderzoekt zij vooral de werking van licht op de biologische klok, het slapen en waken, en het welzijn van mensen. Speciale aandacht gaat hierbij uit naar mensen met afwijkende slaaptijden en ploegendienstwerkers.
