Behandeling luchtwegobstructies

Er bestaan diverse behandelingsmogelijkheden voor het verbeteren van de luchtpassage bij OSAS-patiënten. Primair spelen de diagnostische bevindingen bij de therapiekeuze een grote rol. Verder is een algemene richtlijn om patiënten met minder ernstige gradaties van luchtwegobstructies voor minder ingrijpende behandelingen in aanmerking te laten komen.

Conservatieve maatregelen
Bij veel patiënten zullen in eerste instantie conservatieve maatregelen geïndiceerd zijn. Conservatieve therapie kan bestaan uit gewichtsvermindering, alcoholabstinentie in de avond, stoppen met roken, het vermijden van sederende medicatie en positietherapie indien de AHI in rugligging meer dan twee maal hoger is, dan in zijligging (positieafhankelijk OSAS). Het effect van dit soort behandelingen op lange termijn is echter twijfelachtig. De klinische effectiviteit van medicamenteuze behandeling is nihil. Geneesmiddelen worden derhalve voor de behandeling van OSAS niet aanbevolen. Bij OSAS in combinatie met een BMI groter dan 35 kan bariatrische chirurgie als behandelingsmogelijkheid worden toegepast. Dat is een operatie aan het spijsverteringsstelsel die ervoor zorgt dat er minder voedingsstoffen worden opgenomen, waardoor het gewicht vermindert.

Chirurgie
Chirurgische behandelingsopties bij OSAS kunnen worden onderverdeeld in neuspassage verbeterende operaties, verkleinen van huig, keelamandelen en delen van het gehemelte (uvulopalatofaryngoplastiek, UPPP), ingrepen op tongbasis niveau (hypofaryngeale chirurgie), gelijktijdig uitgevoerde ingrepen op gehemelte en tongbasis niveau (multilevelchirurgie), kaakosteotomie en tracheotomie. De keuze voor deze behandelingsmogelijkheden wordt mede gemaakt op grond van resultaten van (slaap)endoscopisch onderzoek, waarbij obstructies van de bovenste luchtweg zijn vastgesteld. Neusdoorgankelijkheid bevorderende behandelingen, zoals neusseptumcorrectie en conchachirurgie,  zijn weinig effectief gebleken als behandeling van OSAS. Wel kunnen deze operaties worden overwogen bij niet-operatieve behandelingen, waarbij een voldoende neusdoorgankelijkheid een vereiste is. Wel kan bijholtenchirurgie, indien er sprake is van neuspoliepen, OSAS klachten sterk doen verminderen.
UPPP kan worden overwogen bij patiënten met licht tot matig OSAS, een BMI kleiner dan 30 en (slaap)endoscopisch gediagnosticeerde obstructie achter het palatum molle. Procedures die tegenwoordig veel voor hypofaryngeale chirurgie bij OSAS worden gebruikt zijn: verstevigen van de tongbasis (radiofrequente thermotherapie van de tongbasis, RFTB), vastzetten van het tongbeen (hyoïdthyroïdpexie, ook wel hyoïdsuspensie) en aanspannen van de m. genioglossus (genioglossus advancement). Er zijn aanwijzingen dat diverse vormen van hypofaryngeale chirurgie bij een obstructie op tongbasis niveau betere resultaten geven dan UPPP. Behandeling met RFTB kan worden overwogen bij patiënten met licht tot matig OSAS met een obstructie op tongbasis niveau. Hyoïdthyroïdpexie en genioglossus advancement kunnen worden overwogen bij patiënten met matig OSAS en bij patiënten voor wie behandeling met een neusmasker, waarbij ’s nachts constant lucht in de bovenste luchtweg wordt geblazen (continuous positive airway pressure, CPAP), geen optie (meer) is. Voor patiënten met ernstig OSAS en obstructie op gehemelte en tongbasisniveau, voor wie CPAP-behandeling geen optie (meer) is kan een combinatie van ingrepen op gehemelte en tongbasis niveau worden overwogen (multilevel chirurgie).
Een bimaxillaire osteotomie wordt beschouwd als een effectieve behandeling bij patiënten met een matig tot ernstig OSAS, bij wie behandelingen zoals CPAP of MRA niet het gewenste effect geven of tot acceptatieproblemen leiden. Deze operatie kan ook worden overwogen indien andere chirurgische behandelingen onvoldoende effect hebben.
Ten slotte is er ook nog een chirurgische behandeling waarbij een buisje door de hals in de lucht bovenste luchtweg van de patiënt wordt aangebracht. Door deze tracheotomie wordt het gedeelte van de luchtweg met de obstructie ge“bypassed” om de patiënt te kunnen laten ademen. De ingreep is zeer effectief, maar wordt vanwege de postoperatieve morbiditeit en het feit dat veel patiënten deze optie niet acceptabel achten, slechts zelden bij OSAS geïndiceerd. Tracheotomie is een laatste redmiddel bij ernstig OSAS als na falen van conservatieve behandelingen en grotere chirurgie de algehele conditie van de patiënt een contra-indicatie voor andere uitgebreide operaties vormt.

CPAP
Bij CPAP-behandeling (continuous positive airway pressure) wordt lucht door een apparaat via de neus in de bovenste luchtweg geblazen. Deze positieve druk voorkomt collaps van de bovenste luchtweg, waardoor obstructieve apneus en hypopneus worden tegengegaan. CPAP's bestaan in diverse variëteiten, met als belangrijkste verschil een vaste of een automatische (APAP) instellingsdruk. Deze laatste geven dan meer of minder druk naargelang de ernst van de obstructie gedurende de nacht. Verder bestaat er expiratiedrukverlagende CPAP (EDV-CPAP), waarbij de druk tijdens het uitademen afneemt. Ook zijn er types waarbij de inademings- en uitademingsdruk onafhankelijk kunnen worden ingesteld (BilevelPAP). Patiënten, die volledig van beademing afhankelijk zijn, worden via een beademingscentrum met beademingsapparatuur behandeld. CPAP is de standaard behandeling bij patiënten met ernstig OSAS. Bij matig OSAS moet CPAP naast andere behandelopties worden overwogen. CPAP is bij licht OSAS in principe niet geïndiceerd.

MRA’s
De afgelopen decennia zijn mandibulaire repositie-apparaten (MRA’s) in toenemende mate in de belangstelling komen te staan. Deze intraorale apparaten houden de onderkaak, tong en faryngeale structuren tijdens de slaap in een voorwaartse stand, waardoor de luchtwegdoorgankelijkheid wordt vergroot