Verruiming bovenste luchtweg

Bij een bimaxillaire kaakosteotomie wordt beoogd de bovenste luchtweg te verruimen door de onder- en bovenkaak naar ventraal te verplaatsen. Bij deze ingreep wordt een Le Fort 1 osteotomie van de bovenkaak gecombineerd met een bilaterale sagittale splijtingsosteotomie van de onderkaak. Bij een uitgesproken retrognathie van de onderkaak kan mogelijk worden volstaan met een splijtingsosteotomie van de onderkaak.

Indicatie
Het uitvoeren van een kaakosteotomie als behandeling van OSAS wordt beschouwd als een effectieve en acceptabele chirurgische therapie. Er worden verscheidene protocollen gehanteerd voor het indiceren van een (bimaxillaire) kaakosteotomie bij de behandeling van OSAS. Sommigen hanteren een gefaseerd protocol waarin een bimaxillaire osteotomie wordt overwogen nadat een uvulopalatopharyngoplastiek (UPPP) en/of anterieure mandibulaire osteotomie met hyoïd suspensie niet tot het gewenste resultaat heeft geleid. Anderen verkiezen een bimaxillaire osteotomie bij patiënten met een ernstig OSAS of specifieke craniofaciale afwijkingen (bijvoorbeeld retrognathie) vanwege het hoge succespercentage van deze operatie. Weer anderen hanteren de regel dat een bimaxillaire osteotomie primair geïndiceerd is in geval van macroglossie of specifieke afwijkingen in craniofaciale morfologie. Tot slot is recent gesuggereerd dat OSAS-patiënten, bij wie de behandeling met een MRA heeft geresulteerd in een substantiële vermindering van de AHI, mogelijk goede kandidaten zijn voor een bimaxillaire osteotomie. Ondanks deze grote verscheidenheid aan behandelprotocollen, is de precieze indicatie voor een (bimaxillaire) osteotomie bij de behandeling van OSAS patiënten tot op heden onbepaald.

Landelijke richtlijn
Volgens de nieuwe landelijke CBO-richtlijn is een bimaxillaire osteotomie een effectieve behandeling voor patiënten met een matig tot ernstig OSAS, bij wie behandelingen zoals CPAP of MRA niet het gewenste effect geven of tot acceptatieproblemen leiden. Voorts kan worden overwogen patiënten middels een bimaxillaire osteotomie te behandelen indien chirurgische interventies zoals een UPPP en/of anterieure mandibulaire osteotomie met hyoïdsuspensie onvoldoende effect hebben. Wel dienen patiënten die in aanmerking komen voor een bimaxillaire osteotomie qua medische conditie stabiel te zijn en over de mogelijke risico’s van de ingreep te worden voorgelicht.